HET RESULTAAT HAVO 1e druk

les Maken door leerling les les les
1 Opdr. 1.1 t/m 1.3 7 2.14 t/m 2.17 13 3.10.6 t/m 3.12.6 19 4.9 t/m 4.13
2 1.4 t/m 1.10 8 2.18 en 2.19 14 3.12.7 t/m 3.13 20 D-toets 4, case 4.1
3 D-toets 1, case 1.1 9 D-toets 2 15 D-toets 3 21 Case 4.2, opdr. 5.1
4 2.1 t/m 2.3 10 Case 2.1, opdr. 3.1 16 Case 3.1 22 D-toets 5, case 5.1
5 2.4 t/m 2.6 11 3.2 t/m 3.5 17 4.1 t/m 4.3
6 2.7 t/m 2.13 12 3.6 t/m 3.10.5 18 4.4 t/m 4.8

 

Studielast Het Resultaat Havo

Doorwerken van de lesbrief 22 x 50/60 18 uur en 20 minuten
Studeren 8 uur
Proefwerken maken 1 uur en 40 minuten
Bespreken proefwerk 1 uur
Extra vaardigheidsopdrachten p.m.
Totaal 29 uur

Eindtermen Het Resultaat Havo

Domein F: Financieel beleid

De kandidaat kan financiële feiten inventariseren en financiële overzichten opstellen. Hij kan financiële en niet-financiële informatie analyseren en het belang van beide uitleggen voor het besturen van de organisatie. Hij kan voor een handelsonderneming of dienstenonderneming de verschillende kostensoorten noemen, de winst berekenen en de verschillen analyseren.

Subdomein F1: Vastleggen van financiële en niet-financiële informatie
23.  De kandidaat kan financiële feiten inventariseren en verwerken tot financiële overzichten.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat financiële overzichten kan opstellen en analyseren.
In dit verband kan de kandidaat
24.  De kandidaat kan financiële en niet-financiële informatie onderscheiden en het belang van beide uitleggen voor het besturen van de organisatie.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat financiële en niet-financiële informatie kan noemen het belang van beide kan uitleggen voor het besturen van een organisatie.
In dit verband kan de kandidaat

24.1   het onderscheid tussen financiële en niet-financiële informatie uitleggen.
24.2   uitleggen welke niet-financiële informatie als managementinformatie relevant is op het terrein van marktontwikkelingen, innovatie, klanten, efficiency en de kwaliteit van bedrijfsprocessen.
24.3   kritische succesfactoren uitleggen aan de hand van prestatie-indicatoren.

Belangrijkste begrippen:
niet-financiële informatie
kritische succesfactoren / prestatie-indicator
– assortiment
– innovatiekracht
– leveringstermijn
– efficiency
– kwaliteit processen / trainingsdagen
– klanttevredenheid / klachten
– communicatie / frequente interne communicatie

Subdomein F2: Kosten- en winstvraagstukken
25.  De kandidaat kan voor een dienstverlenende onderneming de verschillende kostensoorten onderscheiden, de winst bepalen en verschillen verklaren.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat voor een dienstverlenende onderneming de opbrengsten en kosten kan noemen. de winst kan berekenen en de mogelijke verschillen kan uitleggen.
In dat verband kan de kandidaat

25.1   de omzet berekenen op basis van een gegeven verkoopprijs.
25.2   uitleggen wat het verschil is tussen constante en variabele kosten.
25.3   de break-even afzet en de break-even omzet berekenen.
25.4   berekenen hoe groot de verkoopprijs inclusief btw is als de verkoopprijs exclusief btw bekend is (en vice versa).
25.5   het onderscheid uitleggen tussen het periodetoerekeningstelsel en het kasstelsel.
25.6   financiële opbrengsten en kosten berekenen.
25.7   het begrote bedrijfsresultaat en het begrote resultaat voor en na winstbelastingen berekenen.
25.8   het gerealiseerde bedrijfsresultaat en het gerealiseerde resultaat voor en na winstbelastingen berekenen.
25.9   de begrote en gerealiseerde resultaten berekenen.
25.10   berekenen of het resultaat na winstbelasting voldoende is om ondernemersbeloning en aflossing op te brengen.
25.11   berekenen welke invloed een verandering van de prijzen, hoeveelheden en kosten hebben op het bedrijfsresultaat.

Belangrijkste begrippen:
opbrengsten
– omzet
constante/variabele kosten
– proportionele kosten
btw
– te vorderen btw
– te betalen btw
– af te dragen btw
break even omzet
break even afzet
– afzet
– verkoopprijs
periodetoerekeningstelsel
kasstelsel
– ontvangsten
– opbrengsten
– uitgaven
– kosten
financiële opbrengsten en kosten
– interestkosten
– interestopbrengsten
bedrijfsresultaat
– incidenteel resultaat
resultaat voor winstbelasting
resultaat na winstbelasting
– vennootschapsbelasting
– inkomstenbelasting
ondernemersinkomen/-beloning
– ondernemersrisico
– gewaardeerd loon
– gederfde interest

Domein G: Verslaggeving
De kandidaat kan een eenvoudige jaarrekening van een organisatie analyseren.

26.  De kandidaat kan de jaarrekening van een eenvoudige organisatie (zoals een MKB-bedrijf) interpreteren en uitleggen.

Belangrijkste begrippen:
verkoopwinst