HET RESULTAAT HAVO 1e druk

les Maken door leerling les les les
1 Opdr. 1.1 t/m 1.3 7 2.14 t/m 2.17 13 3.10.6 t/m 3.12.6 19 4.9 t/m 4.13
2 1.4 t/m 1.10 8 2.18, 2.19 14 3.12.7 t/m 3.13 20 D-toets 4, case 4.1
3 D-toets 1,case 1.1 9 D-toets 2 15 D-toets 3 21 Case 4.2, opdr.5.1
4 2.1 t/m 2.3 10 Case 2.1, opdr.3.1 16 Case 3.1 22 D-toets 5,case 5.1
5 2.4 t/m 2.6 11 3.2 t/m 3.5 17 4.1 t/m 4.3
6 2.7 t/m 2.13 12 3.6 t/m 3.10.5 18 4.4 t/m 4.8

 

Studielast Het Resultaat Havo

Doorwerken van de lesbrief 22 x 50/60 18 uur en 20 minuten
Studeren 8 uur
Proefwerken maken 1 uur en 40 minuten
Bespreken proefwerk 1 uur
Extra vaardigheidsopdrachten p.m.
Totaal 29 uur

 

Eindtermen Het Resultaat Havo

Het CE Havo 2020 is gebaseerd op de Syllabus CE 2020 Versie 4, juni 2018

Let op: het CE 2021 is gebaseerd op de syllabus CE 2021 Versie 2, juni 2019

De verschillen tussen de syllabus 2020 en 2021 zijn in de handleiding grijs gearceerd en op de website rood gearceerd. In de syllabus 2021 zijn enkele onderdelen dus geschrapt in vergelijking met de syllabus 2020, maar er zijn ook nieuwe onderdelen toegevoegd. Onderdelen die zijn doorgestreept hoeven leerlingen op het CE 2021 niet meer te kennen. De nieuwe toegevoegde onderdelen moeten ze in 2021 wel kennen.

In de 2e druk van de lesbrieven zijn de nieuwe en de geschrapte onderdelen voor het CE 2021 verwerkt.

 

Domein F: Financieel beleid

De kandidaat kan financiële feiten inventariseren en financiële overzichten opstellen. Hij kan financiële en niet-financiële informatie analyseren en het belang van beide uitleggen voor het besturen van de organisatie. Hij kan voor een handelsonderneming of dienstenonderneming de verschillende kostensoorten noemen, de winst berekenen en de verschillen analyseren.

Subdomein F1: Vastleggen van financiële en niet-financiële informatie

23. De kandidaat kan financiële feiten inventariseren en verwerken tot financiële overzichten.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat financiële overzichten kan opstellen en analyseren.

 

24. De kandidaat kan financiële en niet-financiële informatie onderscheiden en het belang van beide uitleggen voor het besturen van de organisatie.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat financiële en niet-financiële informatie kan noemen en het belang van beide kan uitleggen voor het besturen van een organisatie.

In dat verband kan de kandidaat

24.1 het onderscheid tussen financiële informatie en niet-financiële informatie uitleggen.

24.2 uitleggen welke niet-financiële informatie als managementinformatie relevant is op het terrein van marktontwikkelingen, innovatie, klanten, efficiency en de kwaliteit van bedrijfsprocessen.

24.3 kritische succesfactoren uitleggen aan de hand van prestatie-indicatoren.

Belangrijkste begrippen:

niet-financiële informatie

kritische succesfactoren / prestatie-indicator

  • assortiment
  • innovatiekracht
  • leveringstermijn
  • efficiency
  • kwaliteit processen / trainingsdagen
  • klanttevredenheid / klachten
  • communicatie / frequentie interne communicatie

 

Subdomein F2: Kosten- en winstvraagstukken

25. De kandidaat kan voor een dienstverlenende onderneming de verschillende kostensoorten onderscheiden, de winst bepalen en verschillen verklaren.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat voor een dienstverlenende onderneming de opbrengsten en kosten kan noemen, de winst kan berekenen en de mogelijke verschillen kan uitleggen.

In dat verband kan de kandidaat

25.1 de omzet berekenen op basis van een gegeven verkoopprijs.

25.2 uitleggen wat het verschil is tussen constante en variabele kosten.

25.3 de break-even afzet en de break-even omzet berekenen.

25.4 berekenen hoe groot de verkoopprijs inclusief btw is als de verkoopprijs exclusief btw bekend is (en vice versa).

25.5 het onderscheid uitleggen tussen het periodetoerekeningstelsel en het kasstelsel.

25.6 financiële opbrengsten en kosten berekenen.

25.7 het begrote bedrijfsresultaat en het begrote resultaat voor en na winstbelastingen berekenen.

25.8 het gerealiseerde bedrijfsresultaat en het gerealiseerde resultaat voor en na winstbelastingen berekenen.

25.9 de begrote en gerealiseerde resultaten berekenen.

25.10 berekenen of het resultaat na winstbelasting voldoende is om ondernemersbeloning en aflossingen op te brengen.

25.11 berekenen welke invloed een verandering van de prijzen, hoeveelheden en kosten hebben op het bedrijfsresultaat.

Belangrijkste begrippen:

opbrengsten

  • omzet

constante/variabele Kosten

  • proportionele kosten

btw

  • te vorderen btw
  • te betalen btw
  • af te dragen btw

break even omzet

break even afzet 

  • afzet
  • verkoopprijs
  • dekkingsbijdrage per product

periodetoerekeningstelsel 

kasstelsel

  • ontvangsten
  • opbrengsten
  • uitgaven
  • kosten

financiële opbrengsten en kosten

  • interestkosten
  • interestopbrengsten

bedrijfsresultaat

  • incidenteel resultaat

resultaat voor winstbelasting

resultaat na winstbelasting

  • vennootschapsbelasting
  • inkomstenbelasting

ondernemersinkomen/-beloning

  • ondernemersrisico
  • gewaardeerd loon
  • gederfde interest

 

Domein G: Verslaggeving

De kandidaat kan een eenvoudige jaarrekening van een organisatie analyseren.

26. De kandidaat kan de jaarrekening van een eenvoudige organisatie (zoals een MKB-bedrijf) interpreteren en uitleggen.

Belangrijkste begrippen:

verkoopwinst

break-even afzet

break-even omzet