Bel ons: 043-3210509|info@uitgeverijstoffels.nl

Marktverovering

les Maken door leerling les les les
1 opdr. 1.1 t/m D-toets 1 6 D-toets 2, Case 2.1 en 2.2 11 4.6 t/m 4.9 16 Case 4.1
2 2.1 t/m 2.5 7 Case 2.2 12 4.10 t/m 4.13 17 Case 4.2, 4.3
3 2.6 t/m 2.11 8 3.1 t/m 3.5 13 4.14 t/m 4.16
4 2.12 t/m 2.14 9 D-toets 3 t/m 4.3 14 4.17 t/m D-toets 4 (1 t/m 20)
5 2.15 t/m D-toets 2 ( 1 t/m 10) 10 4.4 t/m 4.5 15 D-toets 4 (21 t/m 24)

 

Studielast Marktverovering Havo

Doorwerken van de lesbrief 17 × 50/60    14 uur en 10 minuten
Studeren¹    6 uur
Proefwerk maken    1 uur en 40 minuten
Bespreken proefwerken    50 minuten
Extra vaardigheidsopdrachten    p.m.
Totaal   23 uur

Eindtermen Marktverovering

Subdomein B4: Perspectief op de organisatie

14. De kandidaat kan de rol en plaats van de organisatie in de maatschappij beschrijven. 

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat de rol en de plaats van de organisatie in de maatschappij kan uitleggen.

In dat verband kan de kandidaat

14.1       de verschillende indelingscriteria voor een organisatie uitleggen.

14.1.1     de absolute omvang en de relatieve omvang van een organisatie uitleggen.

14.1.2     het onderscheid uitleggen tussen een organisatie met een commerciële doelstelling en een organisatie met een niet-commerciële doelstelling.

Belangrijkste begrippen

absolute omvang

relatieve omvang

  • marktaandeel (afzet en omzet)

Subdomein B4 14.1.1 gekoppeld aan E2 25.2

Subdomein B2: De oprichting van een eenmanszaak

12.De kandidaat kan het proces voor en rond de oprichting van een eenmanszaak beschrijven en in de rol van ondernemer toepassen.

Voor het centraal examen betekent dit het uitleggen van het proces rond de oprichting van een eenmanszaak en het beoordelen van de rol (en de keuzes) van de ondernemer hierin.

In dat verband kan de kandidaat

12.2       de rol van de ondernemer bij het (creatieve) proces voor de oprichting van een eenmanszaak uitleggen.

Belangrijkste begrippen

causation

  • marktdefinitie,
  • segmentatie/ richten
  • positioneren

12.3       in de rol van ondernemer de verschillende onderdelen van een ondernemingsplan opstellen.

12.3.2   een marketingplan opstellen

Belangrijkste begrippen

marketingplan

  • het idee
  • trends en ontwikkelingen
  • doelgroepen
  • concurrentie
  • SWOT analyse
  • product
  • prijs
  • promotie
  • plaats
  • doelstellingen

Subdomein B2 12.3.2 gekoppeld aan E2 22

Subdomein B4: Perspectief op de organisatie

De kandidaat kan de plaats van de organisatie in de maatschappij beschrijven.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat de rol en de plaats van de organisatie in de maatschappij kan uitleggen.

In dat verband kan de kandidaat

14.1    de verschillende indelingscriteria voor een organisatie noemen.

14.1.1   de absolute omvang en de relatieve omvang van een organisatie uitleggen.

Belangrijkste begrippen

absolute omvang

relatieve omvang

  • marktaandeel

Subdomein B4 14.1.1 gekoppeld aan E2 22.2

Domein E: Marketing

De kandidaat kan verklaren wat marketing inhoudt, kan marketingdoelstellingen uitleggen, en kan uitleggen op welke wijze deze doelen gerealiseerd kunnen worden en de gevolgen beschrijven van marketing voor de consument en de maatschappij.

Subdomein E2: Marketingbeleid

22. De kandidaat kan het marketingbeleid van een organisatie beschrijven.

Voor het centraal examen betekent dit dat de kandidaat het marketingbeleid van een organisatie kan uitleggen in relatie tot het begrip klantwaardepropositie.

In dat verband kan de kandidaat

22.1    de marketinginstrumenten en de samenstelling noemen.

22.2   de samenhang tussen de marketinginstrumenten uitleggen.

22.3   de voor- en nadelen van sponsoring door een organisatie noemen en uitleggen.

22.4   de verschillen tussen push en pull-strategie noemen.

22.5    de verschillen tussen B2C, B2B, C2B en C2C- marketing noemen en uitleggen.

Belangrijkste begrippen

marketingmix

  • productbeleid
  • prijsbeleid
  • plaatsbeleid
  • promotiebeleid

marketingstrategie

  • push-strategie
  • pull-strategie

marketing

  • B2C (Business to Consumer)
  • B2B (Business to Business)
  • C2B (Consumer to Business)
  • C2C (Consumer to Consumer)