Bel ons: 043-3210509|info@uitgeverijstoffels.nl
DE EENMANSZAAK DEEL 2 HAVO 7e druk
les Maken door leerling les Maken door leerling les Maken door leerling les Maken door leerling
1 opdracht 1 t/m 5 7 14 t/m 18 13 32 en 33 19 45 en deel van 46
2 6 t/m 9 8 19 t/m 22 14 D-toets 2 20 46 en 47
3 10 t/m 13 9 22 en 23, D-toets 2 15 Case 2 21 48 en 49 D-toets 3
4 D-toets 1 10 24 en 25 16 34 t/m 38 22 D-toets 3 en Case 3
5 Case 1 11 26 t/m 28 17 39 t/m 43
6 Case 1 12 29 t/m 31 18 44 en deel van 45
Studielast De Eenmanszaak deel 2 havo
Doorwerken van de lesbrief: 22 x 50/60 18 uur en 20 minuten
Studeren1) 10 uur
Proefwerken maken 1 uur en 40 minuten
Bespreken proefwerken 1 uur en 40 minuten
Extra vaardigheidsopdrachten p.m.
Totaal 32 uur (afgerond)
1) Het betreft hier de tijd die nodig is voor het eventueel maken van een samenvatting, het bestuderen van de stof voor proefwerken, school- en centraal examen.

 

EINDTERMEN DE EENMANSZAAK DEEL 2 HAVO 7e druk
eeeeeeeee
DOMEIN E: FINANCIEEL BELEID
Subdomein E2: Financieel beleid in commerciële organisaties: niet-productieonderneming
De kandidaat kan:
E2  13.5 de dimensies noemen die behoren bij voorraadgrootheden en bij stroomgrootheden.
E2  13.5 omschrijven hoe de berekening van de verkoopprijs inclusief btw via een opslagpercentage brutowinst verloopt (model 2.5).
E2  13.5 berekenen hoe groot de gewenste verkoopprijs inclusief btw is op basis van een brutowinstopslag over de inkoopprijs (model 2.5).
E2  13.5 herleiden hoe groot de gewenste verkoopprijs exclusief btw is, als de gewenste verkoopprijs inclusief btw bekend is.
E2  13.5 herleiden welk opslagpercentage brutowinst haalbaar is als de inkoopprijs bekend is en de verkoopprijs door de markt wordt bepaald.
E2  13.10 omschrijven hoe de berekening van de verkoopprijs inclusief btw via een opslagpercentage nettowinst verloopt (model 2.6).
E2  13.11 berekenen hoe groot de gewenste verkoopprijs inclusief btw is op basis van een nettowinstopslag over de inkoopprijs (model 2.6).
E2  13.12 herleiden welk opslagpercentage nettowinst haalbaar is als de inkoopprijs en de kostprijs bekend is en de verkoopprijs door de markt wordt bepaald.
E2  13.13 berekenen hoe groot de opslagpercentages voor de inkoopkosten en de overheadkosten zijn op basis van de toegestane kosten voor een periode.
E2  13.14 beschrijven wat het verschil is tussen voorcalculatorische (of verwachte) grootheden en nacalculatorische (of gerealiseerde) grootheden.
E2  13.15 een keuze maken tussen gegevens met een voorcalculatorisch karakter en gegevens met een nacalculatorisch karakter en aan de hand van de correcte gegevens berekenen hoe groot de gerealiseerde nettowinst is op basis van een gerealiseerde brutowinst (model 2.2).
E2  13.16 een keuze maken tussen gegevens met een voorcalculatorisch karakter en gegevens met een nacalculatorisch karakter en aan de hand van de correcte gegevens een schatting maken van de voorcalculatorische nettowinst op basis van een voorcalculatorische brutowinst (model 2.2).
E2  13.17 aangeven hoe de berekening van de voorcalculatorische nettowinst in een periode op basis van een opslagpercentage brutowinst verloopt.
E2  13.18 een keuze maken tussen gegevens met een voorcalculatorisch karakter en gegevens met een nacalculatorisch karakter en aan de hand van de correcte gegevens een schatting maken van de voorcalculatorische nettowinst op basis van een verwacht verkoopresultaat en verwachte begrotingsafwijkingen (model 2.3).
E2  13.19 aangeven hoe de berekening van de voorcalculatorische nettowinst in een periode op basis van een opslagpercentage nettowinst verloopt.
E2  13.20 een keuze maken tussen gegevens met een voorcalculatorisch karakter en gegevens met een nacalculatorisch karakter en aan de hand van de correcte gegevens berekenen hoe groot de gerealiseerde nettowinst is op basis van een gerealiseerd verkoopresultaat en een gerealiseerd budgetresultaat (model 2.4).
E2  13.21 het gerealiseerde budgetresultaat berekenen als som van resultaat op inkopen en resultaat op overheadkosten, waarbij beide resultaten weer berekend kunnen worden als verschil tussen een toegestaan bedrag en een werkelijk bedrag (model 2.4).
E2  13.22 verklaren waarom beide berekeningsmethoden een gelijk bedrag opleveren voor de gerealiseerde nettowinst en beschrijven wat de voordelen en nadelen zijn van beide berekeningsmethoden.
E2  13.26 verklaren wat het verschil is tussen een technische voorraad en een economische voorraad en aangeven welk van deze twee op de balans is opgenomen.
E2  13.27 op basis van de individuele FIFO-methode berekenen hoe groot de gerealiseerde brutowinst geweest is en hoe groot de balanswaarde van de voorraad is (model 2.2).
E2  13.28 op basis van de individuele LIFO-methode berekenen hoe groot de gerealiseerde brutowinst geweest is en hoe groot de balanswaarde van de voorraad is (model 2.2).
E2  13.29 verklaren waarom het resultaat bij de individuele LIFO-methode (in principe) lager is dan bij de individuele FIFO-methode in tijden van stijgende prijzen en hoger is in tijden van dalende prijzen.
E2  13.30 verklaren waarom een bedrijf bij beperkte schommelingen in de prijzen bij voorkeur werkt met een vaste verrekenprijs.
E2  13.31 op basis van de vaste verrekenprijs en de kostprijs berekenen hoe groot het gerealiseerde verkoopresultaat geweest is en hoe groot de balanswaarde van de resterende voorraad is op basis van de vaste verrekenprijs (model 2.4).
Alhoewel het mogelijk zou zijn om met behulp van de rekening prijsverschillen de waarde van de voorraad op basis van de vvp voor de interne verslaggeving te herleiden op de waarde van de voorraad op basis van de FIFO-methode voor de externe verslaggeving, wordt niet van de kandidaat verwacht dat hij deze transformatie uitvoert.
E2  13.36 een verkoopplan beschrijven op basis van de gewenste afzet van één of meer producten en van de begrote omzet en de verwachte nettowinst die daarbij passen.
E2  13.37 contraire berekeningen uitvoeren op basis van de modellen 2.1 t/m 2.6 binnen een zinvolle economische context en verklaren waarom de gevraagde berekening economisch zinvol is.
E2  13.38 de gewenste afzet berekenen bij gegeven vaste (of constante) kosten, verwachte winst, verkoopprijs, inkoopprijs en overige variabele kosten per eenheid product (model 5.1).
E2  13.39 de dekkingsbijdrage berekenen.
E2  13.40 de break-even-afzet en de break-even-omzet berekenen.
E2  13.41 het break-even-punt grafisch weergeven.
E2  13.42 aangeven hoe de berekening van de gewenste afzet verloopt bij gegeven constante kosten, verwachte winst, verkoopprijs, inkoopprijs en de overige variabele kosten per eenheid product (model 5.1).
E2  13.43 op twee verschillende grafische wijzen de berekening van de gewenste afzet uitbeelden bij gegeven constante kosten, verwachte winst, verkoopprijs, inkoopprijs en de overige variabele kosten per eenheid product (model 5.1).